Ter ondersteuning van het fotoproject 'Woordenschat'; kiezen de leerkrachten relevante woorden uit. Dit project is gebaseerd op het taalverwervingsproces zoals beschreven in het boekje 'Met woorden in de weer' van D.van den Nulft en M. Verhallen. Ik heb een derdegraads bevoegdheid Nederlands en daarnaast het nascholingstraject NT2 op de IPABO in Amsterdam gevolgd. De kinderen vinden het fantastisch om na uitleg van woorden als kattenkwaad, heimwee of een gekleurde bril te verzinnen hoe ze die woorden kunnen visualiseren. De foto's met de woorden eronder worden in de klas opgehangen en gebruikt bij de consolidatie-oefeningen. Zo leren de kinderen er spelenderwijs nieuwe woorden bij.

Kinderen uit groep twee maken de vorm van de letter na uit materialen die dicht bij hen staan. De t is van tak en tomaat, de s van suiker en slang en de z van zout of zand. Allemaal materialen die ze mogen aanraken. Met spelletjes leren de kinderen de letters bijna vanzelf.
Leren lezen is een feest!
De kinderen maken foto's waarop de voorzetsels duidelijk zichtbaar worden: om, naast, op tegen, tegenover, bij, langs en voor. Op de foto's worden de woorden gezet. Die foto's worden in de kring doorgegeven en de woorden worden met de kinderen hardop gerepeteerd.

Waaraan herken je verdriet? En bang zijn? Hoe heet dat als je in de lift zit? Wanneer heeft iemand heimwee? Al deze emoties werden door de kinderen gefotografeerd en als kwartet met de woorden erop geprint. Mag ik van jou ....

De kinderen bedenken tegenstellingen. Twee kinderen verbeelden op de foto met voorwerpen: Arm en rijk, winnaar en verliezer, scherp en bot.

In de bovenbouw worden uitdrukkingen en overdrachtelijke woorden uitgelegd. Die worden eerst letterlijk en daarna figuurlijk door de kinderen gefotografeerd.
